Raadsinstrumenten

De raad heeft verschillende mogelijkheden om de besluitvorming te beïnvloeden. Lees hier over welke instrumenten de raad beschikt.

Om zijn kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen, beschikt de gemeenteraad over een aantal middelen die zijn opgenomen in het Reglement van Orde voor de Politieke Avond.

Mondelinge vragen

Ieder raadslid of fractievolger kan mondeling een vraag stellen aan het college tijdens de rondvraag. Daar mogen alleen vragen gesteld worden over onderwerpen die niet op de agenda staan. De vraag moet kort en helder geformuleerd zijn, één onderwerp betreffen, en mag uit maximaal drie deelvragen bestaan. Vragen dienen ten minste twee dagen voorafgaand aan de dag van de vergadering worden ingediend. In de praktijk is maandagmiddag 12.00 uur de uiterlijke termijn van indiening. In uitzonderlijke gevallen van spoed en/of actualiteit kan de voorzitter op verzoek een kortere termijn toepassen.

Schriftelijke vragen

Raadsleden kunnen schriftelijk vragen stellen aan de burgemeester of aan het college over onderwerpen die behoren tot het dagelijks bestuur van de gemeente. Dit gaat buiten de vergaderingen om. De beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen vier weken, nadat de vragen zijn ingediend.

Motie

Raadsleden kunnen de raad voorstellen een motie aan te nemen. Door middel van een motie spreekt de raad een wens, verzoek of oordeel uit. Over de motie wordt gestemd door de gemeenteraad, waarmee de motie wordt aangenomen of verworpen. Neemt de raad een motie aan, dan hoeft het college die nog niet uit te voeren. De motie wordt betrokken bij de beraadslagingen, en kan tot en met de beraadslagingen in de besluitvormende vergadering worden ingediend.

Motie vreemd aan de agenda

Raadsleden kunnen ook een motie indienen over een onderwerp dat niet op de betreffende raadsagenda staat. De Motie vreemd aan de agenda dient ten minste twee dagen voorafgaand aan een raadsvergadering worden ingediend. In de praktijk is maandagmiddag 12.00 uur de uiterlijke termijn van indiening.

Amendement

Ieder raadslid heeft het recht om tijdens een vergadering wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit. Dat kan via het indienen van een amendement. Op een amendement kan ook weer een wijzigingsvoorstel worden ingediend dat subamendement wordt genoemd. Dit subamendement kan worden ingediend onder dezelfde voorwaarde van steun door andere raadsleden. Een amendement wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad (meestal de burgemeester). Amendementen kunnen tot en met de beraadslagingen in de besluitvormende vergadering worden ingediend. Over het amendement wordt gestemd door de gemeente-raad waarmee het amendement wordt aangenomen of verworpen. Neemt de raad een amendement aan, dan voert hetcollege het (gewijzigde) besluit uit. 

Initiatiefvoorstel

Behalve het college kunnen ook raadsleden met een voorstel komen. Dit initiatiefvoorstel moet schriftelijk worden ingediend. De Procedurecommissie beslist over agendering. Het voorstel wordt zo spoedig mogelijk behandeld in één van de raadskamers ter voorbereiding op besluitvorming in de raad.

Interpellatieverzoek

Het komt wel voor dat er actuele gebeurtenissen zijn waarover men direct in de raadsvergadering met het college wil spreken. Er is bijvoorbeeld een gekraakt gebouw ontruimd door de politie en het vermoeden bestaat dat de politie haar boekje te buiten is gegaan. Als er kort daarop een raadsvergadering is, kunnen raadsleden voorstellen om een dergelijke kwestie direct aan de orde te stellen. Het is in veel gemeenten goed democratisch gebruik dat een interpellatie altijd wordt toegestaan door de meerderheid, ook al zou men op voorhand de conclusies die een minderheid van de raad wil trekken, niet willen aanvaarden.

Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de volksvertegenwoordiging nodig. Omdat het eerste lid zowel voor de wethouders als voor de burgemeester geldt, kan het tweede lid vervallen.

Een zwaarder instrument is het recht tot interpellatie. De raad gaat in debat met het college. Moties zijn toegestaan. Een verzoek moet ten minste twee dagen voorafgaand aan een raadsvergadering worden ingediend. In de praktijk is maandagmiddag 12.00 uur de uiterlijke termijn van indiening.

Debatverzoek

Vanaf 1 december 2016 beschikt de raad over een nieuw raadsinstrument: het debatverzoek.

Een debatverzoek kan worden ingediend als men een raadsdebat wil voeren over een onderwerp dat niet in de vorm van een raadsvoorstel of anderszins - bijvoorbeeld  door middel van een interpellatieverzoek -  op de agenda van de raadsvergadering komt.

Er gelden enkele spelregels:

  • Het verzoek wordt niet eerder geagendeerd dan 10 dagen nadat het is ingediend. Dit geeft iedereen de mogelijkheid het debat voor te bereiden;
  • Het verzoek moet gesteund worden door minimaal 8 raadsleden;
  • Het Dagelijks Bestuur bepaalt wanneer een debatverzoek op de agenda wordt geplaatst en binnen de agenda op welke plaats;
  • De beraadslagingen naar aanleiding van een debatverzoek verlopen op de reguliere wijze; dat wil zeggen in twee termijnen waarbij in de spreekvolgorde de fracties die een motie willen indienen als eerste spreken.

Het instellen van een onderzoek

Elk raadslid kan een voorstel tot onderzoek doen. De raad beslist of het onderzoek wel of niet uitgevoerd wordt. Centraal staat of het college fouten heeft gemaakt. De raad controleert zo het college. Begin 2008 gaf de raad de opdracht tot het 'Raadsonderzoek Arnhem-Vitesse'.

Sinds het dualisme heeft de raad ook recht van onderzoek. Als men daartoe overgaat, stelt men een commissie in om dit onderzoek uit te voeren. Deze commissie is vergelijkbaar met een parlementaire onderzoekscommissie van de tweede kamer. De raad kan op voorstel van één of meerdere raadsleden een onderzoek naar het door college of de burgemeester gevoerde beleid instellen. Er moet een meerderheid van de raad zijn die het instellen van het onderzoek steunt. De raad stelt uit de eigen gelederen een zeskoppige onderzoekscommissie samen met een voorzitter en een vicevoorzitter. Ze organiseert openbare hoorzittingen waar de commissie getuigen en specialisten in het openbaar verhoort. Ook worden betrokkenen en specialisten opgeroepen schriftelijk te reageren. Aan het eind van het onderzoek wordt een eindverslag aangeboden aan de raad en het college van B&W. Dan beslist de raad op basis van de uitkomsten welke consequenties dit heeft.

De Wet dualisering gemeentebestuur introduceert voor gemeenteraden de mogelijkheid om een raadsonderzoek te houden naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur. Een raadsonderzoek kan omschreven worden als een op waarheidsvinding gericht onderzoek naar een specifiek onderwerp van lokaal belang. Door het onderzoek kan de raad bepaalde onderdelen van bestuur beter controleren. Een raadsonderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie, die de beschikking heeft over enkele wettelijke bevoegdheden om haar onderzoekstaak uit te voeren. Een raadsonderzoek wordt allereerst ingesteld om zoveel mogelijk informatie te vergaren. Op basis hiervan kan de raad een oordeel geven over het optreden van het college of de burgemeester bij een bepaalde kwestie. De aanleiding tot een gemeentelijk onderzoek zal vaak zijn gelegen in het gevoel bij de raad dat het college of de burgemeester onvoldoende, onjuiste of helemaal geen informatie heeft verstrekt over een specifiek bestuurlijke kwestie. De beslissing om een raadsonderzoek in te stellen is in hoge mate van politieke aard. Een zwaardere vorm van raadsonderzoek is de raadsenquête. Dan kan de raad ook ambtenaren en betrokkenen als getuigen oproepen. 

Uw Reactie
Uw Reactie