Hoe komt een bestemmingsplan tot stand?

De wijze waarop een bestemmingsplan tot stand komt, is vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening.

Vaste elementen in deze procedure: ontwerpbestemmingsplan, mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen, vaststelling door de raad.

Het opstellen van een bestemmingsplan

Hoe gaat het opstellen van een bestemmingsplan in de praktijk? Een bestemmingsplan kan gemaakt/herzien worden omdat een bepaald stuk grond in ontwikkeling moet worden gebracht. Het kan ook zijn omdat de gemeente in een bepaald gebied ongewenste ontwikkelingen wil tegengaan. Soms gebeurt het ook wel dat een bestemming herzien wordt, omdat een burger of een bedrijf daarom vraagt. Daarnaast is er de verplichting in de Wro opgenomen om bestemmingsplannen éénmaal in de 10 jaar te herzien.

De voorbereiding

Stedenbouwkundigen en juristen bestuderen het gebied waarvoor een (nieuw) bestemmingsplan moet komen, eerst grondig. Vaak overleggen ze al met wijkplatforms, bewoners en bedrijven in het gebied. Deze fase is met name bedoeld om elkaars wensen en ideeën te inventariseren. Is dit eenmaal gebeurd, dan wordt begonnen met het opstellen van een ontwerpbestemmingsplan. Bij het opstellen van zo'n ontwerp wordt ook verder uitgezocht of de gewenste ontwikkelingen haalbaar en betaalbaar zijn. Is er al een overeenkomst gesloten over de ontwikkelingen in het plan? Zijn er ook milieu- en verkeersaspecten waarmee rekening gehouden dient te worden?
Gaat het om een ingrijpend plan, dan wordt ook advies gevraagd aan provinciale diensten en andere overheidsinstellingen.

Het Ontwerp-bestemmingsplan

Als het voorbereidingstraject afgerond is, neemt het college van burgemeester en wethouders de beslissing of het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage kan worden gelegd.

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening wordt het plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Het plan wordt ook op de gemeentelijke website geplaatst. Inwoners, organisaties en instellingen wordt gevraagd wat ze van het ontwerp-bestemmingsplan vinden. Hiertoe worden ze uitgenodigd via een advertentie op de website van www.overheid.nl en in de Staatscourant. Alle ideeën, op- en aanmerkingen die dan naar voren worden gebracht - die reacties worden zienswijzen genoemd - zullen grondig bestudeerd worden.

De vaststelling

Het bestemmingsplan wordt behandeld in B&W en in de raadscommissie VROM. Daar kunnen degenen die zienswijzen hebben ingediend hun zienswijzen toelichten aan de raadsleden. Vervolgens wordt het plan vastgesteld door de raad. Daarna volgt een tervisielegging (6 weken).

De beroepsmogelijkheden

Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad kunnen belanghebbenden gedurende de termijn van zes weken bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een beroepschrift indienen.

Daarnaast kunnen degenen die een beroepschrift hebben ingediend tevens een verzoek om voorlopige voorziening (ook een schorsingsverzoek) indienen bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak.

Als blijkt dat gedurende de hierboven genoemde termijn van zes weken geen beroepschrift is ingediend, dan is het plan na afloop van die termijn onherroepelijk en treedt het in werking. Is er wel een beroepschrift ingediend dan treedt het plan ook in werking, maar is het nog niet onherroepelijk. Dat is pas het geval als de Afdeling Bestuursrechtspraak heeft beslist op het ingediende beroepschrift (het beroep heeft afgewezen).
Wordt er echter naast het beroepschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend dan treedt het plan pas in werking als de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak op dit verzoek heeft beslist. Wijst hij het verzoek af dan treedt het plan in werking (maar is nog niet onherroepelijk, omdat eerst nog op het beroepschrift moet worden beslist). Wijst hij het verzoek daarentegen toe, dan treedt het plan niet in werking: het is dan geschorst, totdat op het beroep is beslist.

Uitgelicht

Wat vindt u van onze website?