Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Wijkbosjes

Wijkbosjes zijn kleine bosjes in de wijken met bomen en hoge struiken. Ze bestaan voornamelijk uit inheemse soorten. Dit zijn soorten die van nature in Nederland voorkomen.

Wijkbosjes geven leefruimte aan veel planten en dieren zoals vogels, insecten, egels en andere kleine zoogdieren. De wijkbosjes dragen ook bij aan verkoeling op warme dagen.

Ecologisch beheer

We geven in wijkbosjes de natuur zoveel mogelijk ruimte om zich te ontwikkelen. Daarom doen we zo min mogelijk onderhoud in de wijkbosjes. We controleren de wijkbosjes om de 3 tot 5 jaar en bekijken welk onderhoud nodig is. We kijken dan naar de ontwikkeling van het bosje, verwijderen afval en zorgen voor toegankelijke wegen en paden. U kunt zien wanneer er onderhoud is in het wijkbosje bij u in de buurt.

In de bosjes zelf mogen alle inheemse soorten groeien, ook bramen en brandnetels horen daarbij. Bramen en brandnetels zijn belangrijke soorten voor de biodiversiteit, ze zorgen voor voedsel en schuilplekken voor veel dieren. Het snoeihout wordt in de bosjes verwerkt, dit draagt bij aan een gezonde bodem en biedt schuilplekken voor bijvoorbeeld de egel.

Exoten weghalen

In de wijkbosjes komen ook soms exoten voor die kunnen woekeren en weinig waarde hebben voor de natuur. Een voorbeeld hiervan is de laurierkers. Deze soorten halen we weg om meer ruimte te geven aan de soorten die hier van nature thuishoren. Open plekken planten we weer in met inheemse soorten.